Thema: De brandweer
Taal
Werken met woordkaarten.
Woorden stempelen of schrijven.
Zoek de juiste letter en bedek deze.
Knip de letters uit en plak ze in de juiste volgorde (het woord brandweer).
Woorden naleggen met behulp van voorbeeldkaarten.
Klankgroepen oefenen met gebruik van de woordkaarten.
Beginklanken herkennen
Rijmwoorden
Rekenen
Bewegend rekenen: tellen en het juiste getal kleuren (differentiatie mogelijk 1-10 of 1-20).
Tellen en het juiste getal opschrijven.
Tellen en het juiste getal kleuren.
Getal koppelen aan een dobbelsteen (brandblusser en vuur).
Rol en leg ( 1 of 2 dobbelstenen)
De juiste schaduw bij een afbeelding zoeken.
Fijne motoriek en hoeken verrijken
Schrijfpatronen
Kralen rijgen op kleur
Patronen maken met vlammen
Afbeeldingen maken met linking cubes (brandblusser, vuur, sirene en helm).
De brandweerhelm versieren met loose parts.
Knipkaartjes knippen met een perforatortang.
Vlaggetjes maken voor de brandweerkazerne.
Kleikaarten: met klei een brandslang maken en het huis blussen.

































